Wanneer brandstofgebruik verandert
Het menselijk lichaam kan energie halen uit verschillende brandstoffen, voornamelijk glucose en vet. In een situatie van vasten of een koolhydraatarm voedingspatroon verschuift het systeem geleidelijk van glucoseverbranding naar vetverbranding.
Deze metabole verschuiving heeft gevolgen voor veel bloedwaarden, waaronder glucose, insuline, ketonen, triglyceriden en cholesterol. Dat betekent dat waarden die normaal lijken bij een koolhydraatrijk dieet anders kunnen uitvallen tijdens ketose, zonder dat dit per se wijst op ziekte.
Meer over metabole flexibiliteit lees je in artikel 3: Metabole flexibiliteit, het vermogen om van brandstof te wisselen
Wat er gebeurt tijdens vasten
Tijdens vasten daalt de insulineproductie en neemt de afgifte van opgeslagen energie toe. De lever breekt glycogeen af en schakelt daarna over op vetverbranding en ketonproductie.
Veel voorkomende veranderingen zijn:
• lagere insulinewaarden
• stabielere of licht lagere glucose
• stijging van ketonen
• vrijmaken van vetzuren uit vetweefsel
Deze processen zijn onderdeel van een normaal adaptief mechanisme dat evolutionair is ingebouwd.
Lipiden tijdens vetverbranding
Wanneer vet uit vetweefsel wordt vrijgemaakt, komt het via het bloed beschikbaar voor energieproductie. De lever verwerkt deze vetzuren en verpakt ze in lipoproteïnen voor transport.
Daardoor kunnen triglyceriden, LDL en totaal cholesterol tijdelijk veranderen. Bij sommige mensen dalen triglyceriden en stijgt HDL, wat vaak als gunstig wordt gezien. Bij anderen kan LDL juist stijgen.
Meer over lipoproteïnen lees je in artikel 5: LDL, HDL en triglyceriden: wat meten we eigenlijk?
Waarom LDL kan stijgen
Een stijging van LDL tijdens ketose wordt vaak geïnterpreteerd als een teken van verslechterde gezondheid, maar dat is niet altijd de enige mogelijke verklaring.
Bij verhoogde vetverbranding circuleren meer vettransportdeeltjes in het bloed. LDL-deeltjes zijn onderdeel van dit transportsysteem. Wanneer het lichaam meer vet gebruikt als brandstof, kan ook het transport toenemen.
Dit betekent niet automatisch dat er meer vet wordt opgeslagen of dat er schade optreedt. Het kan ook een weerspiegeling zijn van verhoogde energiedoorvoer.
Glucose en HbA1c in ketose
Tijdens langdurige koolhydraatbeperking kan de nuchtere glucose licht verhoogd zijn terwijl de insuline laag blijft. Het lichaam maakt dan zelf glucose aan via gluconeogenese en spaart deze voor weefsels die ervan afhankelijk zijn, terwijl spieren vooral vet en ketonen gebruiken.
HbA1c blijft bij veel mensen stabiel of daalt, maar ook hier bestaan individuele verschillen.
Meer over glucose en insuline lees je in artikel 2: Insuline en bloedsuiker: het centrale regelsysteem
Het effect van de meetomstandigheden
Bloedwaarden zijn gevoelig voor omstandigheden rond het moment van meten. Factoren zoals:
• duur van vasten
• recente fysieke activiteit
• stress
• slaaptekort
• menstruatiecyclus
• hydratatie
kunnen de uitkomst beïnvloeden.
Bij langdurig vasten of diepe ketose kan de situatie dus sterk afwijken van de omstandigheden waarop referentiewaarden gebaseerd zijn.
Orthomoleculaire visie en evidence-based nuance
Orthomoleculair wordt ketose vaak gezien als een natuurlijke metabole toestand waarin het lichaam efficiënt vet gebruikt als brandstof. Vanuit dat perspectief zijn verschuivende bloedwaarden een teken van adaptatie.
Evidence-based onderzoek laat zien dat koolhydraatarme diëten bij veel mensen leiden tot verbeteringen in gewicht, triglyceriden en glykemische controle, maar dat LDL-responsen sterk variëren.
Daarom is interpretatie altijd contextafhankelijk.
Wanneer extra beoordeling zinvol is
Sterk afwijkende waarden of onzekerheid over interpretatie kunnen aanleiding zijn om aanvullende markers te bekijken, zoals:
• ApoB of non-HDL
• TG/HDL-ratio
• bloeddruk
• familiegeschiedenis
• andere metabole markers
Meer over deze markers lees je in artikel 8: LDL-cholesterol, ApoB en non-HDL: wat is het verschil?
Tot slot
Vasten en ketose veranderen de manier waarop het lichaam energie produceert en transporteert. Daardoor kunnen bloedwaarden verschuiven zonder dat dit automatisch betekent dat er sprake is van ziekte of verslechtering van gezondheid.
Het begrijpen van deze context helpt om uitslagen realistischer te interpreteren en voorkomt dat fysiologische aanpassingen worden verward met pathologie.
In het volgende artikel kijken we naar een specifiek fenotype waarbij LDL sterk kan stijgen tijdens koolhydraatarme voeding, de zogenaamde Lean Mass Hyper-Responders.
Metabolisme en bloedwaarden
Een doorlopende reeks over energiehuishouding, hormonen en bloedwaarden.
- 1 — Wat is metabolisme eigenlijk?
- 2 — Insuline en bloedsuiker: het centrale regelsysteem
- 3 — Metabole flexibiliteit, het vermogen om van brandstof te wisselen
- 4 — Cholesterol: bouwstof, niet alleen risicofactor
- 5 — LDL, HDL en triglyceriden: wat meten we eigenlijk?
- 6 — Triglyceriden: energie in opslag en transport
- 7 — De TG/HDL-ratio: een eenvoudige metabole indicator
- 8 — LDL-cholesterol, ApoB en non-HDL: wat is het verschil?
- 9 — Lipoproteïne(a): de genetische risicofactor
- 10 — Wat gebeurt er werkelijk in de vaatwand?
- 11 — Insulineresistentie en metabool syndroom
- 12 — Voeding en insulineresistentie: hoe een koolhydraatarm voedingspatroon kan helpen
- 13 — Waarom één bloedwaarde nooit het hele verhaal vertelt
- 14 — Bloedwaarden tijdens vasten en ketose
- 15 — Lean Mass Hyper-Responders
- 16 — Wat als je huisarts statines adviseert bij een hoog LDL?