De illusie van gescheiden systemen

De illusie van gescheiden systemen

De illusie van gescheiden systemen

In de westerse zorg zijn we gewend om klachten te verdelen in afzonderlijke systemen. Het lichaam is het domein van meetwaarden en bloeduitslagen. De geest is het domein van vragenlijsten en gesprekken.

Dat lijkt logisch, maar het is ook een denkfout.

We doen alsof ontregeling netjes na elkaar gebeurt, eerst het lichaam, later pas het hoofd, of eerst de psyche en daarna het lijf. Terwijl ontregeling in werkelijkheid systeem-breed is en tegelijk de energiehuishouding, hormonale balans, ontstekingsactiviteit, neurotransmitter-systemen en emotionele regulatie raakt.

Alleen registreren we die ontregeling vaak via wat het makkelijkst zichtbaar wordt. We meten glucose, we meten triglyceriden, we meten tailleomtrek, we kunnen daar een trendlijn van maken en er een label aan hangen.

Neurotransmitters en stemmingstoestand meten we meestal niet direct. We vangen ze pas wanneer het patroon zich genoeg heeft opgebouwd om herkenbaar te worden in gedrag, functioneren en uiteindelijk een DSM-diagnose.

Het startpunt dat wij aanwijzen, zegt dan vooral iets over meetbaarheid, niet per se over wat er werkelijk als eerste begon.

Wat het Nederlandse onderzoek laat zien

Een groot Nederlands cohortonderzoek, gebaseerd op de NESDA-studie, volgde duizenden mensen over meerdere jaren. Onderzoekers keken specifiek naar mensen die bij aanvang géén depressie hadden.

Wat bleek: mensen met kenmerken van insulineresistentie, zoals een ongunstige triglyceride-HDL-verhouding, verhoogde nuchtere glucose en grotere tailleomtrek, hadden een duidelijk verhoogde kans om in de jaren daarna een depressie te ontwikkelen. Zoals verder uitgelegd in insulineresistentie en metabool syndroom, weerspiegelen deze markers een bredere verstoring in de energiehuishouding van het lichaam.

Metabole ontregeling lijkt dus niet slechts een gevolg van depressie, maar kan eraan voorafgaan en het risico erop vergroten.

Maar mijn conclusie is niet dat het lichaam eerst ziek wordt en het brein pas later volgt. Mijn conclusie is dat wij metabole signalen eerder zien, omdat ze beter meetbaar zijn.

De geest kan lang compenseren, op karakter, op wilskracht, op aanpassing. Ondertussen draait het onderliggende systeem al op een te hoge belasting.

Wat wij later noemen, is vaak simpelweg het moment waarop compensatie niet langer vol te houden is.

Ontregeling is geen volgorde, maar een veld

Ontregeling raakt het hele systeem. Het beïnvloedt mitochondriën en energieproductie, hormonen, ontstekingsactiviteit, hersennetwerken en emotionele regulatie tegelijk.

Dat zien we ook terug in ander onderzoek, waarin al vroeg veranderingen zichtbaar zijn in hersenverbindingen bij jongeren met metabole ontregeling. Het lichaam en het brein bewegen daarin samen.

De vraag is dus niet wat eerst kwam, de kip of het ei. De vraag is waarom wij blijven zoeken naar een eerste oorzaak in een systeem dat altijd in wisselwerking functioneert.

Luisteren of negeren

Je ziet dit ook in het dagelijkse leven.

Een mens kan lichamelijk ontregeld zijn en toch niet luisteren. Het lichaam spreekt al maanden, in vermoeidheid, in onrust, in slechtere slaap en trager herstel. Maar in een cultuur die doorgaan beloont, raken we gewend om die signalen te negeren.

Een ander merkt subtiele signalen op lang voordat ze ziekte worden, een veranderende ademhaling, onrust in het lijf, een sneller vol hoofd, een korter lontje, een ander soort moeheid dan normaal, en kiest ervoor daar aandacht aan te geven en het ritme aan te passen voordat het lichaam harder moet spreken.

Het verschil zit niet alleen in het lichaam. Het zit ook in bewustzijn, in het vermogen om waar te nemen wat er gebeurt en om bij te sturen voordat het escaleert.

Bewustzijn als onderdeel van gezondheid

Gezondheid wordt niet alleen bepaald door wat meetbaar is in het lichaam, maar ook door de kwaliteit van ons bewustzijn, ons vermogen om onszelf waar te nemen en richting te geven.

De manier waarop wij onszelf zien, dragen en bijsturen vormt een wezenlijk onderdeel van herstel.

In het volgende artikel wil ik verkennen wat dat betekent, hoe verdiep je je bewustzijn, en welke rol speelt het in herstel?

Wetenschappelijke verdieping

Het Nederlandse NESDA-onderzoek waarop dit artikel deels is gebaseerd, volgde meer dan drieduizend deelnemers gedurende meerdere jaren. Daarbij werd niet alleen gekeken naar depressieve symptomen, maar naar formeel vastgestelde DSM-diagnoses van een depressieve stoornis. Wat de studie bijzonder maakt, is dat de onderzoekers specifiek keken naar mensen die bij aanvang géén depressie hadden, maar wél kenmerken van insulineresistentie, zoals een verhoogde triglyceride-HDL-verhouding, grotere tailleomtrek of hogere nuchtere glucosewaarden.

De bevinding dat deze metabole markers het latere risico op een depressieve stoornis aanzienlijk verhoogden, suggereert dat metabole ontregeling niet alleen samenvalt met depressie, maar eraan vooraf kan gaan als risicofactor. Het wijst op een mogelijk onderliggend systeemproces waarin metabolische verstoring en stemmingsverandering nauw met elkaar verweven zijn.

Tegelijkertijd blijft het belangrijk te benadrukken dat dit observationeel onderzoek is. Het toont een sterke samenhang en een temporele volgorde, maar bewijst geen eenvoudige één-richting causaliteit.

Andere onderzoeken binnen de psychoneuroimmunologie en neuro-endocrinologie laten zien dat insulinesignalering, ontstekingsactiviteit, stresshormonen en hersenenergie nauw met elkaar verweven zijn. Dat ondersteunt het idee dat metabole verstoringen en veranderingen in stemming niet losstaande fenomenen zijn, maar verschillende uitingen van een bredere systeemontregeling.


Bronnen

  • Watson, K. T. et al. Association of Insulin Resistance With Incident Major Depressive Disorder in the Netherlands Study of Depression and Anxiety. PubMed
  • Rasgon, N. et al. Insulin Resistance and Major Depressive Disorder: Mechanistic and Clinical Insights. American Journal of Psychiatry